Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AD8315

Datum uitspraak2001-11-19
Datum gepubliceerd2002-01-21
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200105507/1
Statusgepubliceerd


Uitspraak

Raad van State 200105507/1. Datum uitspraak: 19 november 2001 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Assen, van 31 oktober 2001 in het geding tussen: appellant en de Staatssecretaris van Justitie. 1. Procesverloop Bij besluit van 7 oktober 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel te verlenen afgewezen. Bij uitspraak van 31 oktober 2001, verzonden op dezelfde dag, heeft de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Assen, het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 7 november 2001, hoger beroep ingesteld. Bij faxbericht van 15 november 2001 heeft de staatssecretaris een reactie ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. 2. Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 70, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), voorzover thans van belang, wordt in afwijking van de artikelen 2:1 en 8:24 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) het hoger beroep ingesteld door een advocaat, indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd. Ingevolge artikel 85, derde lid, van de Vw 2000, wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, indien niet is voldaan aan enig bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het hoger beroep. Artikel 6:6 van de Awb is niet van toepassing. 2.1.1. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling - Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 1998-1999, 26 732, nr. 3, p. 68, en de Nota van Wijziging, Kamerstukken II 1998-1999, 26 732, nr. 8 - is met voormeld artikel 70, eerste lid, van de Vw 2000 beoogd aan te sluiten bij artikel 30, tweede lid, en artikel 35, tweede lid, van de Vreemdelingenwet (oud). Op zichzelf is het vereiste dat een advocaat, die in een bepaalde zaak voor een bepaalde cliƫnt een rechtsmiddel aanwendt tegen een krachtens de Vw 2000 gegeven beschikking, dient te verklaren daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn, dus niet nieuw. Nieuw is wel dat artikel 85, derde lid, van de Vw 2000 voorschrijft dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien aan dat vereiste niet is voldaan en - in overeenstemming daarmee - de toepassing van artikel 6:6 van de Awb uitsluit. 2.2. In het hoger-beroepschrift ontbreekt de verklaring van de advocaat dat hij tot het instellen van het hoger beroep bepaaldelijk is gevolmachtigd. Daarin staat slechts: "(...) gemachtigde: mr. [advocaat]". Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraken van 17 augustus 2001, in zaak nr. 200103582/1, gepubliceerd in JV 2001/263, JB 2001/269 en AB 2001, 300 [LJN url('AD3821',http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/show_detail.asp?ui_id=30713) en zaak nr. 200103674/1, gepubliceerd in NAV 2001/272), zullen hoger beroepen, in te stellen op en na 1 november 2001, die niet voldoen aan het vereiste van artikel 70, eerste lid, van de Vw 2000, niet-ontvankelijk worden verklaard. 2.3. Het hoger beroep, dat is ingesteld op 7 november 2001, is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk. 2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.D.A.M. Zegveld, ambtenaar van Staat. w.g. Troostwijk De ambtenaar van Staat is Lid van de enkelvoudige kamer verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2001 43-358. Verzonden: Voor eensluidend afschrift, de Secretaris van de Raad van State, voor deze,